zondag 1 februari 2026

Drielandenpunttrail 23k – Bergwandeling

Eigenlijk moet ik elke week hellinkjes oefenen, als ik binnenkort een beetje serieus aan de start van de Heuvellandmarathon wil verschijnen. Ook voor de Kustmarathon in oktober is een beduidend betere conditie vereist.

Tja.

Eigenlijk moet ik elke week vijf keer trainen en eigenlijk moet ik minstens twee keer in de week werken aan mijn core en spieropbouw. Eigenlijk is het vijf voor twaalf en is aan geen van bovenstaande voorwaarden in het minst voldaan.

Tjee.

Maar sinds de marathon van Athene in november is er doordeweeks geen tijd geweest om te trainen, alleen om te snaaien tussen de meetings door. Het product van mijn VO2Max en BMI blijft zo lekker constant.

Egmond toonde al aan dat ik beter ben geworden in hobbelen dan in performen. Wat doe je eraan. Leeftijd, lifestyle en luiheid zijn de profane drie-eenheid. 

Voordat ik eindig als een amorfe lusteloze lapzwans, ga ik het nieuwe jaar met nieuwe energie aftrappen. Lid geworden van de sportschool, voor het eerst in mijn leven, om gezellig (want samen) circuitjes af te werken. Check. Leve de goede voornemens. Gelegenheid om lopen is een dingetje vanwege het werk, maar op twee thuiswerkdagen ga ik de lunchtijd als looptijd inroosteren. Checkje.

De wekelijkse lange run op zondag ga ik nog vaker op heuvelachtig en uitdagend gebied doorbrengen. Zoals vandaag. Bij gebrek aan relevante traininggrond in de nabije omgeving, heb ik me ingeschreven voor de Drielandenpunttrail, in het uiterste zuiden van Limburg. Een tour van 23 kilometer door de aangrenzende landen met heuvels en plenty uitdaging. Geen asfalt. Vet veel modder. Megacheck.

Gisteren reed ik de 200 km er alvast naartoe, om relaxt aan de start te staan. Het landschap golft, op de radio wordt Nederlands afgewisseld door Waals en Duits. Het voelt als vakantie. Ik heb mijn paspoort onder handbereik. 

Na mijn overnachting in een nabij kasteeltje ben ik vandaag snel in de buurt. De weg omhoog van Vaals naar het Drielandenpunt is een on-Hollandse ervaring. Ik vermoed dat hier de enige haarspeldbocht van heel Nederland te vinden is.

Aan de voet van de uitkijktoren staat de goedverwarmde tent van de organisatie. Daar haal ik mijn startnummer op en aanschouw de overige 300 deelnemers. Een internationaal gezelschap, het puikje van bergslechtende lopers, voorzien van trailstokken, rugzakken, drinkbepakking, tattoos en een onomfloerste blik. Iedereen oogt minstens 23 jaar jonger, 23 kilo lichter en met 23 cm langere benen dan ik. Dag allemaal, ik speel vandaag ook mee.

Ik besluit het rustig aan te doen en verberg me als een wolf in de schapenkudde. Niet teveel vooraan starten, geen hoog tempo aanhouden en wanneer de anderen bij een steile opgang gaan wandelen, dan doe ik dat ook. Gelukkig maar. Nooit eerder heb ik in groepsverband zoveel hoogtemeters gemaakt, maar nooit eerder kwam ik zo ontspannen bij de finish.

Het is licht bewolkt, een graad of 8 en droog; prima loopweer. Eerst maken we een lus westwaarts, door het Belgische en Nederlandse deel. Halverwege komen we weer langs het begin, nu gaan we door Duitsland en Moresnet, het in 1816 gestichte (en in 1919 weer geannexeerde) microlandje van 3,5 km² dat als terrein van een waardevolle zinkmijn een neutrale gebiedje werd tussen de elkaar wantrouwende nieuwe landen. Dus ja, het is eigenlijk een Vierlandentrail.

De omgeving is prachtig. De Belgische lus doet me denken aan het Mullerthal in Luxemburg. De Duitse lus aan de Eifelsteig ten noorden van Aken. Alleen heb ik niet veel gelegenheid voor sightseeing, want de bodem bestaat in de eerste helft voor een significant deel uit vloeibare klei waarbij groene zeep stroef aanvoelt. Er worden schoenen verloren, er worden schuivers gemaakt, maar er wordt daarbij vooral veel en vrolijk gelachen. Het blijft goed focussen op de loper voor je, om aan de stand van zijn oren te zien hoe die het pad ervoor inschat.

De catering is, zoals bij trails gebruikelijk, overdonderend. Van poffertjes tot chips, van cola tot water. En jawel, vlaai. Eveneens gebruikelijk is om hier rustig de tijd voor te nemen. Een trailrun is wel een wedstrijd, maar geen race. Mijn eindtijd zit netjes rond het gemiddelde en zelfs best hoog in mijn leeftijdscategorie. Ik ben een braaf schaap geweest.

Vermoedelijk had ik ook de volgende afstand van 32 kilometer nog wel kunnen volbrengen. Maar hé, ik doe dit als training. Rustig opbouwen.

maandag 12 januari 2026

Egmond Halve Marathon 2026 – Vorst met nevenfunctie

Egmond was ooit m'n zesde officiële loopwedstrijd, tevens tweede halve marathon en eerste trailrun. Een fundament in mijn loophistorie die toen nog geen jaar oud was. Een onderneming ook, ver van thuis. 

De reis ernaartoe is een pelgrimage met fiets, trein, onrustig overstappen, puilende bussen en slierten loopgroepjes op weg naar Egmonds trots: de sporthal. Vervolgens de trek naar het strand, het kleumen op de boulevard, het verlangen naar het startschot. Dan moet de race nog beginnen. En de terugreis.

Ou nou, dat was me wat. Na zeven keer vond ik het te druk en te omslachtig worden en lonkten andere locaties. 

Omdat iedereen en z'n moeder tegenwoordig alles door AI trekken, bij deze mijn carrièreontwikkeling voor Egmond (voor de rest blijft mijn blog nergens kunstmatig geïnsemineerd):

Beginjaren (2009-2012): 01:56-01:59 bereik - solide clubniveau-prestaties

• Topjaren (2013-2015): 01:46-01:51 bereik - competitief regionaal niveau

• Volwassen carrière (2018): 01:51 - sterk niveau behouden


Mooi, weten we dat ook weer. Ik zit inmiddels in m'n nadagen, met opa Janssen van kamer 107 als belangrijkste opponent. Bij de volgende wedstrijd zaag ik een stuk van z'n rollator af.

Als doel voor 2026 had ik een paar pittige trailwedstrijden op de planning gezet. Half maart een optie op de Heuvellandmarathon. Als training hiervoor 1 februari de 24 km Drielandenpunttrail. Vandaag Egmond. Ik zou hier rustig moeten gaan, het is maar een training. Kannie. Een finishboog werkt bij mij als een rode lap op een stier. Ik ben net zo bijziend als de snuivende viervoeter, maar de eindvlag kan ik op 42 kilometer afstand ruiken. En dan ren ik, niks temporiseren.

Ik ben hier niet alleen vanwege de gezellige ontberingen, maar ook omdat twee van mijn neven dit keer ook meelopen. Ergens in ons DNA zit kennelijk een krom gen dat ons tot spoed maant, ongeacht dat we qua postuur niet snel voor Kenianen worden aangezien. 

Zoals Egmond betaamt, is het bikkelweer. Ruige vorst, door de wind voor het gevoel aangestampt tot -10. Je verwacht een krakend bevroren branding, de badgasten op het naaktstrand in bontjassen, ijsberen met een broodje pinguïn. Wijzelf ook voorbereid met extra laagjes, ik heb zelfs handschoentjes meegenomen. Mr. Amundsen, here we come.

Nooit eerder was ik zo blij met gedrang in het startvak. Als een samengeknoedelde antilopenkudde weren we de koudeaanval. Genadig laat ik anderen op mijn voeten staan; dat geeft extra warmte. Met mijn gezicht in de oksel van een lange loper geperst, probeer ik zen te worden met de omgeving. Tot het begint en de kluwen zich ontwikkelt. 

Natuurlijk bevindt mijn startvak zich achter dat van de deelnemers aan de business run, die altijd enthousiast maar niet altijd atletisch zijn. Op het strand is alle ruimte om in te halen, helemaal als je goed kan zwemmen. Voor de rest blijft het vandaag overal te druk. Links en rechts inhalen en ingehaald worden van begin tot eind.

Egmond heeft twee valkuilen. De eerste is teveel energie op het strand spenderen. Als het zeewater significant opwarmt van je loopprestatie, dan is de rest verloren. Rustig lopen dus, beetje inhouden. Het gaat hier niet om een scherpe tijd. De tweede valkuil is denken dat de terugweg even lang is als de heenweg. Neen. Het keerpunt bevindt zich op 1/3 van de afstand. Dus niet als een malle losgaan, hou ook wat conditionele illusie in stand voor de laatste kilometers als er nog flink geklommen gaat worden.

"Lekker lopen op het zand, wie wil dat nou niet", zou de vraag kunnen zijn. "Brr!", is daarop mijn antwoord. Ik zoek naar het feest van herkenning. De natte voeten, de wegzakkende vloedlijn, de tegenwind. De duinopgang, die als drijfzand aan de voeten zuigt. En dan daarachter het verloren paradijs van Shangri-La, de rust op de duinpaadjes, een gouden zonnetje, goedmoedige oerrunderen. Maar het strand is prima hard, de zon blijft weg en het is druk als op koopzondag. Mijn puf is beperkt.

Eigenlijk heb ik al twee maanden niet meer gericht getraind. Eigen schuld. Ik maak er maar een mooie duurloop van, en dan eentje waar er overal warmgeklede toeschouwers me aanmoedigen. Daar komt Egmond weer in zicht. Nog even aanzetten, niet uitglijden in de bochten en uitermate cool over de finish. Dan snelwandelen naar de sporthal, op zoek naar droge kleding en koestering van de verwarming.  

De neven komen kort daarop binnen. Ze hebben het geweldig gedaan; leve de kromme genen! Waarschijnlijk gaan ze me spoedig voorbij in prestatie, maar ik geef me niet zomaar gewonnen. Bring it on, boys! 

zondag 9 november 2025

Marathon Athene 2025 – Au!thentiek

Dit is de op een na zwaarste marathon van Europa (achter de Jungfraumarathon met z'n 2 kilometer hoogteverschil). De klassieke langste afstand op de eerste moderne Olympische Spelen in 1896. De enige eerste echte: van Marathon naar Athene; de Authentieke. 

De Griekse goden laten bestormers van het heilig erfgoed niet zomaar hun revue passeren. Dit is de erfenis van de Griekse soldaat Pheidippides, die na de gewonnen veldslag bij Marathon tegen de binnengevallen Perzen naar Athene rende om het goede nieuws te brengen. Alwaar hij dood neerviel.

Die domper op de feestvreugde maakte voldoende indruk om de volgende 2386 jaar het loopfeestje even niet opnieuw te starten. Inmiddels zijn de overlevingskansen hoger en storten de ware waaghalzen zich weer in het avontuur. 

Na 200 trainingsloopjes in 9 maanden ben ik klaar voor deze bevalling. Op vrijdag naar Griekenland, op zaterdag de stad en de geschiedenis een beetje verkennen op de drukke straten, door de rustige parken, in een cafeetje via koffie met loukoumades en in het indrukwekkende Akropolismuseum.

Dan breekt de zondag aan. In de duistere vroege ochtend per bus naar de startplaats. Een kolonne van 400 touringcars rijdt de looproute in terugwaartse volgorde. Het regent, flink.

"Oh, Griekenland, is dat niet warm?", hoor ik afgelopen tijd. Ik leg dan geruststellend uit dat het altijd tussen de 12 en 18 graden is, prima loopweer. Helaas heeft de god van de klimaatopwarming vandaag besloten om een punt te maken, met nattigheid tot de start en daarna een rap oplopende temperatuur boven de 20 graden. Het bulderlachen rolt vanaf de Olympus over de deelnemers heen.

Rond 7 uur in het stadion van Marathon; de regen plenst nog twee uur op ons neer. De Olympische vlam geeft niet veel warmte. We mogen naar het startvak.

Het mantra is "Uitlopen en genieten". Alle tempoplannen overboord. Rondkijken. Ademen. En voor me kijken. Bij het trainingsloopje gisteren knalde ik sight-seeënd met m'n knie tegen een stenen pilaartje dat visueel geheel opging in de marmeren omgeving van het stadion, waardoor ik een buitelduik op het plaveisel maakte. Sindsdien loop ik een beetje raar.

Trainen voor deze classico is niet gemakkelijk in Nederland. Een gebrek aan heuvellandschap betekent in mijn geval hooguit als een tredmolenpaard het viaduct op en af banjeren. Onvoldoende voor het echte werk. Dat blijkt eerder dan gehoopt.


De eerste 15 kilometer zijn zo beschaafd als Grieks maar kan zijn. Beetje heuvelaf, rondje om het monument ter herdenking van de veldslag van tweeënhalfduizend jaar geleden, redelijk vlakke weg.

Het publiek en de voorzieningen zijn ongelooflijk. Iedere Griek roept "Μπράβο, μπράβο!" met een enthousiasme alsof ik hun wederopgestane schoonmoeder van 86 ben ben die hier eventjes de marathon komt winnen. Dankzij mijn enorme talenknobbel begrijp ik dat ze me aanmoedigen. Elke paar kilometer zijn er waterflesjes (ik schat dat er meer dan een miljoen van die flesjes vandaag half leegdronken en weggeworpen zijn). Er is sportdrank, banaan, cola en als je het vriendelijk zou vragen waarschijnlijk ook souvlaki en gyros voor de liefhebber.


Dan gaan de handschoenen uit. Stijgingen, gevolg door flinke stijgingen, afgewisseld met stevige afdalingen. Vervolgens zijn we halverwege en begint een tien kilometer vals stijgend landschap. Ik benijd de man niet, die zijn hamer helemaal naar het hoogste punt heeft moeten slepen.

Op kilometerpaal 25 slaat zijn collega al toe. Geen uitputting, maar kramp. Rollende spiergroepen kondigen de komst aan. Ik wacht de donder en bliksem van een krampaanval niet af en ga even wandelen. Maar elke keer dat ik weer wil gaan rennen, keert de kramp terug. Een beetje, meer, ahhh. Weinig zo ontzettend pijnlijk als echte kramp in kuiten en bovenbenen. Er is niks aan te doen. Ik probeer voort te hobbelen, tegen mezelf roepend dat het maar pijn is, maar ik luister niet.

Rekken en strekken helpt niet, het mooie tempo is om zeep. Bij kilometerpaal 32 kan de EHBO met een spuitbus koude lucht verlichting brengen, maar dat is niet voldoende. Rennen, joggen, lopen, en repeat. 

De laatste kilometers gaan in steile stukken omlaag. Ik negeer alles en trek een sprint. Rond de vierenhalf uur is niet de verwachte of gehoopte eindtijd, maar het is een eindtijd. Zelfs als rappe wandelaar nog bijna bij de snelste kwart in mijn leeftijdcategorie en bij de snelste 30% van alle deelnemers; alles is relatief. 


Aankomst in het oude stadion van Athene is thuiskomen. De kers op de taart, de pleister op de wonde, het alfa en omega van het hardlopen. Godendank, gearriveerd. Geweldig, maar Dit Nooit Weer! Voorlopig. En laat die Jungfrau ook maar even zitten.


zondag 5 oktober 2025

Bredase Singelloop 2025 HM – Aanloop

Nog een maand tot mijn jaardoel: de marathon van Athene. Veel gelopen dit jaar, maar weinig wedstrijden gedaan. Inmiddels in aanloop naar het taperen; het halfvasten op loopgebied, dat de laatste rustige weken kenmerkt voor een grote afstand. Volgende week eerst nog een 30-plusser drentelen, maar vandaag gas op de plank met een flinke prikkel voor lichaam en geest. 

Twee weken geleden vond ik het een goed idee om mee te doen in Breda. Uitverkocht natuurlijk. Via Marktplaats kocht ik een nummer van een loopster die nog niet fit was. Om niet haar identiteit aan te hoeven nemen opteerde ik voor de kleinere operatie om haar naam op het startbewijs door de mijne te vervangen. De organisatie heeft het daarbij prima geregeld om last minute een inschrijving nog aan kunnen te passen naar de juiste loper.

De orkanen zijn uitgewoed tot briesende vlagen, een dun zonnetje zorgt voor een perfecte temperatuur. Wat wil een mens nog meer? Starten! Klaar voor de wereldcompetitie.

Net als vorige week focus ik op continu loopvermogen. Klein tikkie lager, want vijf kilometer langer. Het is natuurlijk een training, maar geen macht ter wereld kan mij een startvak induwen met de woorden "het is maar een training, pipo" met een meer dan minuscule kans dat ik niet als een malle losga. Het is een wedstrijd, dus ik loop 'm als wedstrijd, Mammaloe!

Vorige week mijn tiende Ten Miles, deze week mijn 21e officieel opgemeten halve marathon. Zeven daarvan waren een snelste ooit (voor mij); zou er vandaag nog iets te graaien zijn voor mijn persoonlijke erepodium na het PR afgelopen zondag? Alles onder de 1 uur 45 is snel genoeg, we gaan het zien. 

Het is een knappe route. We lopen binnenzijde en buitenzijde van zowat alle singels in de bourgondische stad, kriskrassend over het stratenplan. De toeschouwers staan overal, soms rijen dik. Dat ze al aanmoedigend de gebruikelijke mutaties op mijn naam om m'n oren slingeren geeft iets aan over het leesvaardigheidsniveau in de natie en veel over het enthousiasme achter de dranghekken.

Druk is het ook. De populariteit van hardlopen zorgt voor veel wedstrijdjes om uit te kiezen in dorp en stad, met routes door een goed bezette dorpskern of stadshart, maar de deelname ligt ook hoog. Een goed parcours zonder bottlenecks is een hele puzzel. De afstand zorgt er natuurlijk voor dat, eenmaal de startfuik ontsnapt en de aanloop voorbij, er genoeg lucht in het veld komt.

Die eerste mijl tikt vandaag wel aan. Als ik het tempo vergelijk met mijn snelste HM, twee jaar terug in Haarlem, valt op dat ik het verlies in tempo aan het begin niet meer goedgemaakt krijg. Ach, het is maar een training. In de armen van gade en kroost en huiswaarts in de huifkar. Nette tijd.


zondag 28 september 2025

Tilburg Ten Miles 2025 – 2x PR in snelheid

Hallo, daar zijn we weer en welkom bij de Tiende Ten Miles in 17 jaar tijd, als ik de soloversie tijdens Corona niet meereken. De tijd vliegt harder dan ikzelf.

En waar door je het voor? 1 - voor het geld, 2 - voor de show en 3 - voor de muziek uit lopen. Want hier het is nog niet zo duur als bijvoorbeeld Rotterdam, Tilburg is altijd gezellig en ik heb een paar echte wedstrijdjes nodig als voorbereiding voor mijn novemberse marathon. Alleen maar trainen leidt tot indolentie en zelfgenoegzaamheid; tevreden knikkend naar de grafiekjes, bedachtzaam een rondje om het blok banjeren, lekker bezig jongen. Een wedstrijd strekt de hersenkronkels, stuwt de bloedsomloop. Het echte werk is echt werken.

Overigens alweer zeven jaar geleden dat ik voor het laatst aantrad in stad van de onvolprezen Kruikenzeikers. Voorheen was het een fijne gelegenheid om met en bij zuslief door haart buurt te koersen. Inmiddels ligt haar passie meer bij vogeltjes spotten. Ook mooi, maar dat gaat niet goed samen met stampend hardloopschoeisel.


En nu is het mijn oudste neef die de stoute schoenen heeft aangetrokken. Deze oudrugbyer bekwaamt zich gaandeweg in de ondersoorten van de triatlon en is hard bezig om mij ter linkerzijde in te halen. Dat wil ik nog even voor zijn, niet door er voor te gaan liggen maar door met mijn geslepenheid en parcourskennis op hem voor te blijven. Hij doet mee dit jaar? Dan ik ook. Kom maar op, kiddo.

De 16,1 kilometers heb ik hier afgetikt tussen de 1:16 en 1:24. Ik hoef niet dood vandaag, maar ik wil wel aan de bak. Met 1:20 geef ik mezelf een aardige horde. Mijn app zei dat ik 260 wat loopvermogen moest inzetten, maar de dag voelt goed dus ik focus op 270 watt inspanning en zie wel hoe het loopt. 

Nou, het loopt warm. Op tijd rol ik uit de trein richting startvak. Een babbel en boks voor neef en there we go. Naar de start. De speakers rond het startvak doen een indrukwekkende poging om de deelnemers op blijvende gehoorschade te trakteren. De verlossende knal van het startpistool klinkt dan als een opengetrokken wijnfles. We zijn los.

Het parcours is behoorlijk veranderd sinds de laatste keer. Geen lus meer over het uitgestorven universiteitsterrein, geen lange omloop door de velden na de kade. Overal mensen die genieten van het zonnetje en de damp van dravers. Highfivende kinderen, proostende ouders en postboomers die een goed excuus hebben om hun verzameling eighties-hits over straat te laten schallen. Lekker!


De 270 watt blijkt prima op te voeren tot 275. Als een getunede e-bike begeef ik mij door het veld. Geen seconde op te hoge hartslag, zorgvuldig aanplakkend bij ontspannen jonge goden die niet weten wat het is om te smachten naar een rappe tijd. Wat gaan de kilometers snel. Geen verzuring, gewoon doorzetten, vertrouwen op m'n horloge, beetje bijtrekken weer.

Naar het einde toe probeer ik er nog een stapje bovenop te doen en ik kom weer grijnzend over de finishlijn. Onder de 1:16. En een PR. Wat een tijd voor een ouwe knar. Volgende week de halve van Breda. Ik weet de aanpak al. 


Daar dendert niffo over de lijn met ook een prachtig PR. Da's twee. It runs in the family.