Een makkelijke gedachte voor wie er niet eerder geweest is en niet erg heeft opgelet bij aardrijkskunde: Corsica heeft ongeveer de grootte van de provincie Utrecht, bestaat uit een rotsig binnenland en heeft een mooie rondweg die de verschillende kustplaatsjes met elkaar verbindt. Voor wie wel er op vakantie gaat, forget it. Niet alle hompjes buitenland hebben toevallig de grootte van Utrecht; deze Franse parel in de Middellandse zee is zes keer zo groot qua oppervlak. Geen enkele weg hier is recht, anders dan door bizar geologisch toeval. Als je het eiland zou platwalsen (wat ik niet aanraad), kom je zeker op een omvang als Nederland.
De kortste weg tussen twee punten is daarmee voor een vogel een fractie van wat de mens nodig heeft. De gemiddelde snelheid op onze autoreis over het eiland ligt dichter bij de 30 dan bij de 130 km/h. Bij nacht de weg tussen twee middelgrote nabijgelegen kustplaatsen afleggen, vraagt urenlang voortdurend stuurdraaien, afgronden en tegenliggers vermijden en nadenken over de kleine lettertjes van de verzekering. Maar tot zover gaat alles goed.De natuur van Corsica is overweldigend in uitzicht, variëteit en geur. Magische stranden, ruige rotsen, en heel veel maquis; de geurige planten op stenige ondergrond. En heuvels zat! En dan nog bergen ook, als de heuvels op zijn. Dat vraagt om beenspiertraining, ook ter voorbereiding op de komende loopuitjes naar de Sint Pietersberg en de Kustmarathon. Vanaf onze aan het strand gelegen camping bij het vestingstadje Calvi heeft Garmin een paar fijne koerssuggesties om de omgeving te verkennen. Ik ga er deze week drie doen.De eerste loop stuurt me naar de hooggelegen kapel van Notre-Dame de la Serra. Je kan er over de weg komen, dat is al best steil. De looptrail pakt natuurlijk de shortcut, dus zo bestijg ik in de ochtendkoelte van 27 graden een stenen kronkelpad tussen struikgewas terwijl het dorp achter mij wegzinkt in een geurige ansichtkaart. De beenspieren krijgen waar voor hun geld. Waar het kan ren ik, maar qua helling en losliggende stenen is het vaak raadzamer om even te wandelen.Bovenaan doe ik een devote ronde rond de kapel en mag dan eerst een lang stuk over asfalt naar bededen uitdenderen naar de andere kant van de berg. Halverwege weer het struikgewas in en het paadje proberen te volgen. Fietsers en andere lopers over de weg kruisen mij telkens wanneer ik in de bochtige lussen afsnijd.Op het laagste punt beland ik op het Plage de l'Alga, dat vanwege de hoeveelheid aangespoeld zeegras voor een deel uit verend nat tapijt bestaat. Hier mag ik het renpaadje verder met de klok mee volgen, langs de baaitjes, vaak helemaal alleen maar nooit eenzaam. Het landschap verandert van struikachtig en geelstenig naar een kalere grijze granieten ondergrond. Hier is geen pad, maar af en toe een gele markering op een rots. Na een tijd komt Calvi eraan. Tweede hoogtepunt betreft de Citadel, nog rustig op dit uur. Dan langs de kade, over de strandvlonders en na een paar kilometer terug op de camping. Amper 15 kilometer, 480 hoogtemeters en een paar lichtjaar aan indrukken.
Zo indrukwekkend, dat ik twee dagen later besluit deze route opnieuw te doen. De klim naar de kapel gaat veel vloeiender, de route is herkenbaarder en ik sta al best snel weer bij het Algastrand. Zou ik het schiereiland nog even meepakken hier, naar de vuurtoren over de golf van Revellata? Het antwoord loopt al.
De vuurtoren leek nabij, maar afstanden inschatten is lastig. Ik verlaat de steengruisweg om vrij steil omhoog een spoor te volgen dat vast ook in de goede richting gaat. Het blijft gaan, geen vuurtoren meer in zicht. Hoger, langs honderd meter diepe kliffen, een forse zeebries langs de oren. Hm, gaat dit wel goed?
Het spoor wordt dunner, al tijden geen mensen gezien. Mijn watervoorziening bestaat uit twee flaconnetjes die ik wil bewaren voor geval van nood. De zon blakert. Ik bevind me op eenzame hoogte. Een enkele misstap en ik word een tweeregelig bericht in de Corsicaanse gazet. Is dit nou een paadje, of gebrek aan begroeiing?
Nu ben ik op het hoogste punt; hier zou die vuurtoren toch moeten zijn? Ik besluit om nog honderd meter te doen en dan maar terug te keren. Als ik het rotsblok voorbij loop, ligt daar een wandelaar te zonnen. Huh? Dan nog een, het pad wordt weer breder, en plots zie ik, veel lager, op een parallelle heuvelkam, de vuurtoren liggen. De weg ernaartoe krijgt plotseling weer contour en ik ben blij om me weer in gezelschap te bevinden. De terugweg naar Calvi duurt lang; ik had niet verwacht zoveel energie te moeten geven. Maar de natuur en alle uitzichten maken alles meer dan goed. Met 21 kilometer en 700 hoogtemeters een magistrale maandag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten