De reis ernaartoe is een pelgrimage met fiets, trein, onrustig overstappen, puilende bussen en slierten loopgroepjes op weg naar Egmonds trots: de sporthal. Vervolgens de trek naar het strand, het kleumen op de boulevard, het verlangen naar het startschot. Dan moet de race nog beginnen. En de terugreis.
Ou nou, dat was me wat. Na zeven keer vond ik het te druk en te omslachtig worden en lonkten andere locaties.
Omdat iedereen en z'n moeder tegenwoordig alles door AI trekken, bij deze mijn carrièreontwikkeling voor Egmond (voor de rest blijft mijn blog nergens kunstmatig geïnsemineerd):
• Beginjaren (2009-2012): 01:56-01:59 bereik - solide clubniveau-prestaties
• Topjaren (2013-2015): 01:46-01:51 bereik - competitief regionaal niveau
• Volwassen carrière (2018): 01:51 - sterk niveau behouden
Mooi, weten we dat ook weer. Ik zit inmiddels in m'n nadagen, met opa Janssen van kamer 107 als belangrijkste opponent. Bij de volgende wedstrijd zaag ik een stuk van z'n rollator af.
Als doel voor 2026 had ik een paar pittige trailwedstrijden op de planning gezet. Half maart een optie op de Heuvellandmarathon. Als training hiervoor 1 februari de 24 km Drielandenpunttrail. Vandaag Egmond. Ik zou hier rustig moeten gaan, het is maar een training. Kannie. Een finishboog werkt bij mij als een rode lap op een stier. Ik ben net zo bijziend als de snuivende viervoeter, maar de eindvlag kan ik op 42 kilometer afstand ruiken. En dan ren ik, niks temporiseren.
Ik ben hier niet alleen vanwege de gezellige ontberingen, maar ook omdat twee van mijn neven dit keer ook meelopen. Ergens in ons DNA zit kennelijk een krom gen dat ons tot spoed maant, ongeacht dat we qua postuur niet snel voor Kenianen worden aangezien.
Zoals Egmond betaamt, is het bikkelweer. Ruige vorst, door de wind voor het gevoel aangestampt tot -10. Je verwacht een krakend bevroren branding, de badgasten op het naaktstrand in bontjassen, ijsberen met een broodje pinguïn. Wijzelf ook voorbereid met extra laagjes, ik heb zelfs handschoentjes meegenomen. Mr. Amundsen, here we come.
Nooit eerder was ik zo blij met gedrang in het startvak. Als een samengeknoedelde antilopenkudde weren we de koudeaanval. Genadig laat ik anderen op mijn voeten staan; dat geeft extra warmte. Met mijn gezicht in de oksel van een lange loper geperst, probeer ik zen te worden met de omgeving. Tot het begint en de kluwen zich ontwikkelt.
Natuurlijk bevindt mijn startvak zich achter dat van de deelnemers aan de business run, die altijd enthousiast maar niet altijd atletisch zijn. Op het strand is alle ruimte om in te halen, helemaal als je goed kan zwemmen. Voor de rest blijft het vandaag overal te druk. Links en rechts inhalen en ingehaald worden van begin tot eind.
Egmond heeft twee valkuilen. De eerste is teveel energie op het strand spenderen. Als het zeewater significant opwarmt van je loopprestatie, dan is de rest verloren. Rustig lopen dus, beetje inhouden. Het gaat hier niet om een scherpe tijd. De tweede valkuil is denken dat de terugweg even lang is als de heenweg. Neen. Het keerpunt bevindt zich op 1/3 van de afstand. Dus niet als een malle losgaan, hou ook wat conditionele illusie in stand voor de laatste kilometers als er nog flink geklommen gaat worden.
"Lekker lopen op het zand, wie wil dat nou niet", zou de vraag kunnen zijn. "Brr!", is daarop mijn antwoord. Ik zoek naar het feest van herkenning. De natte voeten, de wegzakkende vloedlijn, de tegenwind. De duinopgang, die als drijfzand aan de voeten zuigt. En dan daarachter het verloren paradijs van Shangri-La, de rust op de duinpaadjes, een gouden zonnetje, goedmoedige oerrunderen. Maar het strand is prima hard, de zon blijft weg en het is druk als op koopzondag. Mijn puf is beperkt.