zondag 25 juni 2017

Halve marathon Roosendaal 2017 – Snelle recreant

Ik pick mijn battles. Geen Amersfoortse marathon dit jaar, maar nu, een week later, de Roosendaalse Halve. De conditie slingerde tussen matig en onmatig, mijn gewicht kent meer inflatie dan het BNP en ik heb te vaak te weinig rust gemaakt om al trainende bij te tanken.

Die Hele komt nog wel een keer. Met de dertig graden van vorige week had ik sowieso geen 42 kilometer hollend volbracht. De aankondiging destijds van eenzelfde temperatuur voor vandaag wordt gelukkig gelogenstraft door de voorspelbare afwijking van langetermijnvooruitzichten bij instabiele systemen. De kans dat het weer van morgen gelijk is aan vandaag moge gemiddeld de beste voorspelling opleveren; de kans dat de temperatuur na tien dagen ervan afwijkt is nog vele malen groter. 

Mijn slagveld van keuze heeft een kleine 600 deelnemers. Ik ben er een van. Vier weken lang heb ik me braaf aan een trainingsschema gehouden dat me klaarstoomt voor een tijd van 1 uur 45 minuten. Nee, nee, dat is nog geen PR. Wel een doeltijd die in mijn beste vijf HM-etjes thuishoort. Ik ga voor het bewijs dat alles het nog doet. Je kan niet ieder jaar dat je ouder wordt je wedstrijdtijden blijven verbeteren. Ik doe dat toevallig wel, mijn afgelopen 8 looplentes. Maar dit jaar even niet.

Tijdens de voorbereiding heb ik het loopboek “Altijd verder” van leeftijdgenoot Dolf Jansen gelezen. Ik zie veel overeenkomsten tussen ons. Hij is als tiener begonnen met hardlopen, heeft een tanig postuur, loopt rondjes tegen de 20 km/h, kent een succesvolle cabaretcarrière en slaat geen dag het lopen over. Wat ik wel herken: de passie van het trainen op allerhande locaties, jezelf blijvend aanscherpen en het maximale uit elke wedstrijd willen halen. 

Ik heb toevallig de laatste weken regelmatig aan de Amstel gelopen, tussen Nes en zijn home turf Ouderkerk. Ergens treed ik dus in zijn voetsporen. Waarin ik hem voorbijstreef, is dat ik door mijn late aanvangsleeftijd en beperkte trainingsinzichten nog telkens sneller kan. Dat zal hem niet meer lukken. In real life streeft hij mij geblinddoekt, op kaplaarzen en met de armen op de rug gebonden nog voorbij, maar soit. In deze vergelijking kijk ik alleen naar de afgeleide van de prestaties.

Omdat ik op tijd met de bus kom, sta ik zomaar vooraan in het startvak van de Snelle Recreanten. Het weer werkt mee, met een verborgen zon en matige wind. Ik ben wel twee dingen vergeten: mijn gels en dat er langs de route geen sportdrank wordt verstrekt. Ik moet dus op kraanwater naar de finish. No EPO today.



Dankzij een dieper ingeslepen basisconditie dan ik vermoedde, houd ik een stevig tempo. Tegen het einde doemt een dwerg op met een hamer, maar die kan ik hebben. Ik omzeil hem door wat gas terug te nemen, om dan bij het zien van het finishdoek met Warp 5 vooruit te knallen. Hartslag 196 en bijna 20 kilometer per uur. Die laatste meters. Geen PR, wel mijn 2e beste tijd. En da’s goed genoeg voor nu.



maandag 10 april 2017

Hartslag

Op conditie blijven kost me al veel tijd, laat staan in betere conditie komen. Ik zou zo graag weer een wedstrijd lopen en als het even kan mijn PR’s verder blijven aanscherpen. Trainen als een malloot, in de karige kalenderruimte, is de botte bijl die ik daarvoor als voorkeursinstrument toepas. Het kan vast nog slimmer.

De literatuur over hartslagzones, tempozones en trainingsprofielen geeft me een overdaad aan modellen en getalletjes om mee aan de slag te gaan. Randvoorwaarde is overal een goede vastlegging van de twee basisparameters van de fysieke prestatie: snelheid (de uitkomst) en hartslag (de inspanning). Gps gebruik ik, maar de standaard borstbanden voor hartslagregistratie ervaar ik als een knellend keurslijf.

“Ken uzelve” orakelden de antieke Grieken. Altijd makkelijk om dat een ander voor te houden, maar begin er zelf eens mee. Wat kan ik weten, wat moet ik doen? Hopeloos. Ik blijf een mens van het type meten = weten, dus zonder verder mathematisch af te dwalen voel ik wat ik moet doen. Een fijnere hartslagmeter gebruiken. Een polsmodel dus.

De rage van fitbitbandjes en consorten heeft behalve een rariteitenkabinet van pakkenmannen met lila armbandjes wel opgeleverd dat nu voor relatief weinig geld een uitstekende hartslagmeting op de pols mogelijk is, met positiebepaling vanachter de wolken en synchronisatie naar een cloud. Mijn impulsaankoop van de Polar M200 levert me naast gps de actuele hartslag in een ruim display, dat ook tijdens het rennen nog goed leesbaar is. Opladen hoeft maar 1 keer per week en de locatie-updates zijn bovendien een stuk nauwkeuriger dan die van mijn standaard Runkeeper-app. Bluetooth verbinden blijkt daarentegen een gruwel, maar met de usb-kabel is het uploaden van de gegevens ook te doen.

Als belangrijke parameters moet ik nu mijn minimale en maximale hartslag bepalen. De laagste waarde vind ik door een trainingsregistratie te starten voordat ik ga slapen. Bij het ontwaken zie ik een MRI-achtige film van mijn nachtleven.


De hoogste waarde zoek ik op door een looptraining na warming-up te eindigen op de atletiekbaan en telkens sneller de 400 meter te nemen. Wanneer ik de laatste keer de finishlijn passeer, ben ik blauw van ademnood. Mooi. De hartslagwaarde blijkt te passen bij de leeftijdsgroep die 15 jaar jonger is. Heel mooi.

Nou had ik kunnen weten, achteraf gezien, dat je zoiets niet moet doen als je snipverkouden bent. Ik ben dagenlang niet meer bij machte om te trainen. Spieren kraken en gewrichten piepen. Pas na een halve week kan ik weer een heel voorzichtig rondje draven. Het gaat nog even duren voordat het sneuvelen van PR’s aanstaande is. Zover ken ik mezelf dan ook weer wel. Maar de beat goes on!

maandag 6 maart 2017

Halfweg

Wees wijs met wat je wenst, want wat als het uitkomt? Hollandse dromers moet nodig realiteitszin worden bijgebracht en angst voor het grootse, de focus op feilbaar in plaats van haalbaar. Doe maar gewoon, gek. Beter ten halve gekeerd dan helemaal van het padje. Ziehier Halfweg.

Opdreunen van provincieplaatsen met hun bijbehorende agriculturele verdiensten was op school nooit mijn grootste hobby. Dat er in Groningen gas uit de grond komt, had ik nu ook wel uit de media gehaald en ik leer meer over planologische actualiteit uit de eerste hand op fietsvakantie. Bovendien is een groot deel van wat ik met Aardrijkskunde onderwezen kreeg, inmiddels uit mijn hoofd en naar Geschiedenis verschoven. Niet Halfweg.

Een nadeel van overnachten op klantlocatie ("papa slaapt op zijn werk", aldus de jongste) is het gemis aan huiselijke activiteiten en mijn bijdrage daarin. Een voordeel is de mogelijkheid om de stoute schoenen aan te trekken. Vanuit de Amsterdamse westrand ontrolt de N200 zich als een zwarte loper zeewaarts. Een uitnodiging met witte strepen. Eindelijk. Naar Halfweg.


De lucht voorspelt nattigheid maar ik ga onverveerd op stap. Mijn briljante plan om het mooist genaamde dorp van Nederland met een loopbezoekje te vereren krijgt veel bijval. Regendruppels, hagelstenen, opstuivende plensplassen van de aanpalende weg. Het gras bij de buurmensen kleurt wit, mijn kuiten zwart. Bijna Halfweg.

Er is geen sprake van een rondje, alleen een streep van hier naar daar en terug. Naar een plek die bestaat bij verdienste van het niet anders zijn dan een halteplaats, een keerpunt. De meest Nederlandse locatie tussen hot en her. Een plek van vertwijfeling en bezinning: moeten we wel verder willen? We kunnen toch ook nog terug. We zouden hier zelfs kunnen blijven. In Halfweg.


Ik ga door en keer. Mijn vage plan smelt om ter plaatse veldwerk te doen, wat te keuvelen met de lokale bevolking aan de Osdorpse binnenpolder, een paar loze zinnen vast te leggen over ach, het is hier toch ook goed, wat moeten we nou helemaal in dat stadse Amsterdam… Ik hervat mijn heroïsche elegie en hef de blik op de skyline. De doorbrekende zon voelt hartverwarmend, zelfs door mijn schouderbladen. Ik wil verder. Dag Halfweg.


maandag 20 februari 2017

Jankmuziek

Na een hele ochtend in het zwembad is de plofbank aanlokkelijk, toch trekt de buitenlucht nog meer. Eventjes eruit voor een rondje. Geen lente in zicht (het is grauw en kouwelijk), maar wel al in gedachten. Voor het ritme onder de voeten pak ik een collectie hits uit de eighties, muziek die me nog steeds laat opleven. 

Gaandeweg luisterend valt me op hoe neerslachtig al die dames en heren muzikanten zijn. De teksten zijn depri, de instrumenten dreinen en de stemmen jammeren als aan de rand van de groeve. Nee, het was geen veilige tijd als je het zo beluistert. Je was werkeloos, het eten was bespoten of radioactief, de bom kon elk moment vallen en als overmaat van ramp durfde je gisteravond dat leuke meisje in de disco niet aan te spreken. 

Destijds viel dat eigenlijk nog wel mee, meen ik me te herinneren. Een baan wilde ik als student nog helemaal niet hebben, het bier was prima en de bom, nou ja, als ie viel, dan hopelijk maar niet nadat je net de huur had overgemaakt. In de disco kwam ik sowieso niet om elk risico op miskenning te vermijden.

Het sfeerbepalende instrument is de synthesizer. Soms voorzien van een lichte wah-wah-zweving om niet te perfectionistisch over te komen; vaker gemoduleerd tot een zwiebelend gejank om duidelijk te maken dat geen mens met een serieuze duiding van de realiteit een strakke noot uit zijn toetsenbord kan wurmen. 

Een treurige tekst is een ding. Maar dan die zang erbij. Mensenlief. Dat we dat de hitlijsten ingesnotterd kregen! Alleen al het Nederlandse contingent klinkt als een meldpunt voor depressieve losers. Denk aan Henk Westbroek: Waar moet ik heen… Aan Toontje Lager: Zoveel te doen…  De Jazzpolitie; nou ja, met zo’n naam zijn teksten verder overbodig. Terugluisterend begrijp ik waarom de muziek- en inhoudsloze house zo’n succes werd in de jaren negentig.



Buiten de polder idem dito. Feargul Sharkey. UB40. R.E.M. The Boss. Neem een willekeurig nummer van de Cure en tranen vloeien al bij het aanschouwen van een boterbloem. Wat een droevig leven moeten die artiesten gehad hebben, wenend van de bühne tot aan de bank.

Mijn tijd, dus mijn muziek. Heerlijk om op te lopen. Twee uur op rustig tempo, zo voorbij. Dat beurt op.

zondag 20 november 2016

Zevenheuvelenloop 2016 – Waar het hoofd van vol zit

Er zijn genoeg hobbels in aanloop van de 7HL om de wedstrijd zelf relatief soepel te laten verlopen. Alles is zo vol. Onze agenda, mijn hoofd, de kluslijst, de dozen die nog smeken om in de kast te mogen komen.


Maar het gaat vooruit. Vorig jaar bivakkeerden we nog in een vakantiehuisje, nu wonen we in een droge droom. De lekkages zijn voorbij, het schilderwerk schiet al op, de keuken is besteld, we vinden allemaal ons plekje.

Ik ben zowaar weer op weg naar een van m'n hardloopklassiekers. Niet optimaal getraind, maar wel weer in conditie. Het gaat om het evenwicht.


Misschien is het een illusie te denken dat een huis kopen, strippen en verbouwen in een jaartje gefikst is. Mijn illusies zijn zekerheden. Het hoeden van samenhang tussen alles wat moet en wil is het belangrijkste. Perfectie is de balans.

Buiten is ‘t storm en regen. Vanuit de stiltecoupé kijk ik naar de wolken die elkaar najagen in een grijs palet. Mijn geest loopt leeg van de mindfulness. Er is niets en dat is alles.

Ik heb voor het eerst niet vooraf opgezocht wat mijn PR op de 15 kilometer is. De route zit ook nog wel genoeg in m'n hoofd. Laat maar komen. Deze keer laat ik me niet sturen door externe randvoorwaarden, maar door interne rust. 

Dus: oortjes niet kunnen vinden? Dan de kilometertijden maar op de luidspreker. Shirt niet bij me? Jasje wel, gaat ook lukken. De Narcissus die normaal zwaar op mijn schouder drukt, heb ik achteraan het onderhanden werk gezet. Dan kom ik die tenminste niet zo snel tegen.


En dat loopt. Ik streef vandaag geen record na, geen perfectie. Ik kan alles geven, perfect in balans. Pas thuis zie dat ik mijn vorige PR met een halve minuut geklopt hebt.