zondag 4 oktober 2026

Kustmarathon 2026 – Een slagveld na de veldslag

Na een periode van gezellig rondsjouwen op trails en ontspannen dralen door de buurt, dient het hoogtepunt van 2026 zich plotseling aan: de Kustmarathon. Hoe ga ik om met een echte race, een echte afstand, na al het interen op snelheid en volharding?

Inschrijven op 1 januari om half twee 's nachts in een wolk van goede voornemens is de juiste timing voor het startbewijs; wie pas na de kater aanklopt vindt het loket gesloten. Natuurlijk heb ik getraind, maar dit jaar was lopen bijna bijzaak naast de drukke projecten.

Zoals altijd voor een marathon, ben ik huiverig en onzeker. Wat als ik nou last krijg van ditjes, of van datjes? En weet je nog de laatste keer, met een zandstriemende windkracht 7 tegen? Nee, ik kan het niet, ik wil het niet.

Nou, dat laatste is gejokt. Ik heb er altijd vreselijk veel zin in. En ik weet dat de jonge antilope in mij deze oude buffel steeds minder aan kan drijven en wie weet ga ik dat ooit nog accepteren, maar nu even niet.

Willen is toch kunnen? Ik heb wat aanpassingen voorbereid. Ergens in de race wordt het pijnlijk en vervelend. Dan heb ik me voorgenomen om niet te gaan foeteren, maar om het moment te verwelkomen. Ik zal binnentreden in de grot van pijn, zoals echte duurlopers vertellen, en in de duisternis mezelf eenmaken met het universum. Of zoiets.

Ook heb ik wat andere soorten energie-gels op zak, die ik zorgvuldig ga doseren. En tenslotte heb ik mijn looptechniek iets aangepast. Geïnspireerd vanuit looptechniekvideo's en gemotiveerd door een irriterende kniepijn, probeer ik om meer rechtop te lopen. Meer vanuit de heupen. Check de magistrale film "One Battle After Another", waar Sean Penn als wraakzuchtige militair houterig, maar onsloopbaar door blijft gaan. Dat loopje dus.

De werkelijkheid is altijd anders. Het valt tegen. Geen Oscar voor mijn loophouding. De gels komen na een tijdje m'n neus uit. Het is een stranddag die in de vooroorlogse zomers niet had misstaan. Die "zwaarste" is qua elementen dus best wel te doen. Geen schuld die ik buiten mijzelf kan schuiven.

Een paar weken geleden heb ik 600 kilo betontegels versjouwd, waar mijn rug niet blij mee bleek. En nog steeds niet. Vanaf kilometer 18 jagen de rollers door mijn kuiten die de voorbode zijn van kramp. Bizar. Mijn tempo ligt op rustige lange duurloop. Ik heb het afgelopen jaar zowat in de sportschool geslapen en hele hele Limburgse heuvelland overlopen. Dit heb ik nog nooit, zo vroeg, gehad. Kramp is niet negeerbaar.

Vechtend door de kilometers heen. Even lopen, weer dribbelen. Tot de strandpaal; nee, zeggen de kuiten. Tot de duintop? Nog niet tot het volgende hekje. De intervallen lopen en rennen worden steeds asynchroner, tot ik bij kilometer 30 weet dat verdergaan zinloos is. Of de rest uitlopen en door de bezemwagen binnengeveegd worden, of in wijsheid de pijp aan Maarten geven voordat ik mijn rug serieus beschadig.

Ik bel de hulplijn en wordt opgehaald door schoonmama. Dankjewel! Boos op mezelf, verdrietig om de onverwachte afgang, en prakkiserend hoe ik dit de komende tijd moet aanpakken. Tips zijn welkom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten