zaterdag 30 mei 2026

Rondje Sprundel 10k 2026 – Warmheid

Bijna halverwege het jaar, maar Sprundel is pas mijn eerste echte wedstrijd. In mijn planning maak ik namelijk onderscheid tussen "meedoen om het meedoen" (de mooie en zware trails waarbij tijd niets zegt over het resultaat), de "goeie training als warming-up" (waarbij ik me beschaafd inspan) en de A-categorie "ooit liep je hier een toptijd", waar ik mezelf serieus uitdaag.

Die PR's vallen me de laatste jaren niet zo frequent meer toe. Dat was drie jaar geleden op de 5k, elf jaar terug voor de 10k. Dat heeft met van alles te maken, maar natuurlijk niet met mijzelf. Klimaatopwarming, economische malaise, maatschappelijke onwelvoeglijkheid; wie kan in zo'n wereld nou performen?

Desondanks heb ik getraind op een stoer schema. Een nieuwe component dit jaar is de sportschool waar ik m'n rondjes op de apparaten doe en mijn core opkweek voor nucleaire krachtsexplosies. Daarnaast heb ik mijn AI-programmaatje, geheel volgens de laatste mode gevibecodet, die me een volledig verzorgd schema met intervallen en afstanden voorschotelt en me vertelt dat ik het geweldig doe.

's Nachts weerklinkt zacht tromgeroffel over mijn schedelveld als de wedstrijden zich op de binnenkant van mijn oogleden projecteren. Dit wordt het jaar van de waarheid! Het kan alleen maar beter, nu elke vezel in mijn lichaam volledig is toegerust op de belangrijke taak om een verlate jongere op het volgende niveau te brengen.


Welnu, daar is dan de dag. Na een week waarbij de temperatuur op Curaçao killetjes afstak, voel ik me suf en vermoeid. Was de training te zwaar? Heb ik teveel in huis geklust? Is het werkschema te dwingend? Misschien. Maar de trainingen voelden heerlijk, het klussen levert een prachtig resultaat en liever leuk werk dan verveling.

Natuurlijk heb ik mijn wijze adviseurs, die me vertellen hoe ze denken dat de wedstrijd zal gaan. De immer overoptimistische Garmin zegt 43:43. Dat heb ik nog nooit gelopen, en Garmin heeft het ook nog nooit bij het rechte eind gehad. Stryd verlaagde deze week mijn omslagvermogen met 5% en houdt het 49:11. Au. Ik sluip ik het atletengebouw uit, de kamerplant in mijn kartonnen aspiratiedoos blikt weemoedig over mijn schouder. Mijn AI-app produceert na wekenlange somberte een positief beeld van 46:24. Goed zo, tooltje! Mijn eigen wijsheid mikt op 47:30, de tijd die ik hier twee jaar geleden liep.

Er is maar een manier om erachter te komen. Veeg de zweetdruppels opzij en gaan!

Maar dan is het 28 graden. Dat levert volgens de tabellen een nadeel van 3-4 minuten op ten opzichte van mijn afgelopen trainingsperiode. Daar gaat het geneuzel over een seconde meer of minder. 

Sommige wedstrijden worden bij vijf graden minder al afgelast, maar het hier verzamelde puikje renners kijkt niet of hittegolfje meer of minder. De burgemeester komt aanfietsen en start met een welgemikt schot de wedstrijd.

Ik probeer het vermogen aan te houden dat vorige week nog haalbaar was, maar dat is hoogmoed. Dan maar iets terugnemen. De eerste vijf kilometers draven zo snel voorbij. Dan begint het eigenlijk pas. De zesde kilometer voelt als vijf. De zevende doe ik in zenpositie, met gekruiste benen en mijn ogen dicht, in gedachten. Hijg in - hijg uit. 

Daar gaat 8. Houd het tempo beheerst. Om mij heen wordt gewandeld. Bochtje, afslagje, bochtje, afslagje. Dat was 9. Mijn temperatuur loopt op als een verwaarloosde frituurpan. Nog even, maar het voelt niet als even. Dan eindelijk uit de velden en richting finish. Versnellen, hoofd omhoog, ritmische armen en hé hé.


En? 47:37. Bij de snellere helft van de mannen in mijn leeftijdscategorie. Het had nog sneller gekund, als het echt had gemoeten. Maar ik was niet uit op een PR bij deze temperatuur en ook niet op een enkeltje spoedeisendehulppost. Laten we dit dan maar een goede training noemen. Over 4 weken is de halve van Roosendaal, waarvoor ik het universum om lagere temperaturen heb gevraagd. Luister je mee, universum?