De voorbereiding op mijn zestien kilometer Dam-tot-Dam staat in het teken van fondsenwerving en conditieversterking. Nog twee weken. Het loopt niet zo lekker.
De 150 euro die ik als doel heb gesteld, is voor tweederde ingetekend. Hulde voor de sponsors so far, maar ik moet nog wel wat kwartjes bij elkaar sprokkelen. Geheel tegen mijn natuur de directe benadering: heb je een paar knaken over voor een goed doel (kinderen met een handicap)? Wil je dan via mijn actiepagina op www.nsgk.nl/hoe-kan-ik-helpen/kom-in-actie/alle-acties/details-actie/?actie=267 (kortweg lnkd.in/eP8yekQ) iets doneren? Alles telt; jij maakt het betere doel haalbaar.
Vandaag zou ik de Tilburg 10 Miles lopen als laatste grote oefening. Elk jaar een feest van inzet en uithouding, maar het is nu een no-show geworden. Al tijden kamp ik met vermoeidheid die me in zijn duizelende tentakels klemt. Het lopen gaat trager, vervagend en in flarden. En deze week heb ik echt een fysieke dip waardoor mijn trainingsrondje al teveel wordt. Dus het wrange besluit luidt: geen wedstrijd vandaag. Energie sparen, om over veertien dagen wel te knallen.
Op de bank hangend mag ik dagelijks meegenieten van een portie Dorah Duh Explorah. Jeweetwel, het eihoofdige meisje dat de jongsten onder ons leert hoe ze zeemeerminnen redden en verdwaalde eendjes terugbrengen naar hun Mahmie door het overwinnen van obstakels als snurkende zonnebloemen, smurrievulkanen en sluwe jatvossen. Vergezeld van haar gelaarsde aapje, die kijkt en reageert of hij buiten de uitzending paddo’s snoept. Dezelfde verhaalopbouw en liedjes. Het lukte, het lukte, het lukte!
’s Nachts ijl ik van Dora. De liedjes draaien in mijn hoofd. Waar is mijn zingende kaart, die altijd de weg toont, als je geen rugzak meeneemt met hardlopen? Waarheen bij de splitsing? Ik hoor een stemmetje: Je moet me helpen, je moet me helpen!
Er is nog tijd. Nog een weekje oplappen, nog een weekje aansterken en dan richting IJ-tunnel. Geen zwart gat maar een lichtend pad. Het gaat lukken (3x).
Hier vind je gedachten die in m’n hoofd rondtollen tijdens het hollen. Voorbereiding, wedstrijden, wilde ideeën, tamme prestaties. Op en buiten de gebaande paden. Wie volgt?
Te lichtvoetig of hoogdravend? Twitter @HoofdOpHol of mail (hoofdletters door tekens vervangen) hoofdopholAPENSTAARTxs4allPUNTnl
zondag 4 september 2016
zondag 21 augustus 2016
Help mij
Ik kan het niet alleen. Ik heb hulp nodig. Help mij.
Ik loop als individu in de massa. Supporters langs de kant, muziekbandjes en rugwind helpen allemaal, maar er is geen fysieke steun. Bij wielrennen wordt er nog wel eens opgeduwd, een motortje in het frame gemonteerd of een stimulerend bidonnetje aangereikt. Hardlopen gaat om het ik. Of het ego, in mijn geval. Ik loop een wedstrijd, zucht en ploeter, doorwring een blogje het universum in over mijn epische strijd tegen persoonlijke aftakeling en werelds verval, en verbaas me stiekem na elke wedstrijd hoe gemakkelijk ik me kan blijven verbeteren met wat luie rondjes voorbereiding. Een kwestie van ooit beginnen in de buurt van het absolute nulpunt en gedoseerde ambitie.
Dat tijdens het lopen ‘t lichaam scheurt en mijn reptielenbrein sidderend de finale start belooft, blijft minder lang in de hoek van m’n goede voornemens hangen dan de gemiddelde poging voortaan op tijd te gaan slapen en de koektrommel louter als decoratief element te beschouwen.
Dat is mijn dingetje. Moet ik vooral zelf weten. Ik vraag niet anders dan het geduld van wie meeleest. Maar hier komt het moment dat ik een stap verder ga.
Nee, ik ga me niet optrainen om over vier jaar aan de Olympische start te verschijnen. Ook blijf ik verre van drogerende oppeppers; een banaan is al perfecte doping. Er zijn betere doelen: het goede doel.
Over vier weken loop ik met collega’s een wedstrijd. Ik zamel hierbij geld in voor de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind die drempels wegneemt (letterlijk en figuurlijk; zie www.nsgk.nl/wat-doet-nsgk/over-ons) voor kinderen en jongeren met een handicap. Plaats van handeling is de Dam-tot-Damloop, de 16 kilometer run van het Amsterdams Centraal station naar het centrum van Zaandam.
Ik heb nu jullie steun nodig. Een paar euro. Als je een bedragje kan doneren, dan gaat dat simpel via mijn actiepagina op www.nsgk.nl/hoe-kan-ik-helpen/kom-in-actie/alle-acties/details-actie/?actie=267
Wat we er samen mee bereiken? Een klein beetje mooiere samenleving. Wat ik er nog meer voor doe behalve rennen? Voor wie een leuke bijdrage doet en wil, maak ik een verhaaltje over een onderwerp naar keuze, op deze plek. Of ik kom langs voor een middagje klussen. Of juist niet, dan kan ook heel prettig zijn...
Ik houd jullie hier de komende tijd op de hoogte. Dank je wel?
Ik loop als individu in de massa. Supporters langs de kant, muziekbandjes en rugwind helpen allemaal, maar er is geen fysieke steun. Bij wielrennen wordt er nog wel eens opgeduwd, een motortje in het frame gemonteerd of een stimulerend bidonnetje aangereikt. Hardlopen gaat om het ik. Of het ego, in mijn geval. Ik loop een wedstrijd, zucht en ploeter, doorwring een blogje het universum in over mijn epische strijd tegen persoonlijke aftakeling en werelds verval, en verbaas me stiekem na elke wedstrijd hoe gemakkelijk ik me kan blijven verbeteren met wat luie rondjes voorbereiding. Een kwestie van ooit beginnen in de buurt van het absolute nulpunt en gedoseerde ambitie.
Dat tijdens het lopen ‘t lichaam scheurt en mijn reptielenbrein sidderend de finale start belooft, blijft minder lang in de hoek van m’n goede voornemens hangen dan de gemiddelde poging voortaan op tijd te gaan slapen en de koektrommel louter als decoratief element te beschouwen.
Dat is mijn dingetje. Moet ik vooral zelf weten. Ik vraag niet anders dan het geduld van wie meeleest. Maar hier komt het moment dat ik een stap verder ga.
Nee, ik ga me niet optrainen om over vier jaar aan de Olympische start te verschijnen. Ook blijf ik verre van drogerende oppeppers; een banaan is al perfecte doping. Er zijn betere doelen: het goede doel.
Over vier weken loop ik met collega’s een wedstrijd. Ik zamel hierbij geld in voor de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind die drempels wegneemt (letterlijk en figuurlijk; zie www.nsgk.nl/wat-doet-nsgk/over-ons) voor kinderen en jongeren met een handicap. Plaats van handeling is de Dam-tot-Damloop, de 16 kilometer run van het Amsterdams Centraal station naar het centrum van Zaandam.
Ik heb nu jullie steun nodig. Een paar euro. Als je een bedragje kan doneren, dan gaat dat simpel via mijn actiepagina op www.nsgk.nl/hoe-kan-ik-helpen/kom-in-actie/alle-acties/details-actie/?actie=267
Wat we er samen mee bereiken? Een klein beetje mooiere samenleving. Wat ik er nog meer voor doe behalve rennen? Voor wie een leuke bijdrage doet en wil, maak ik een verhaaltje over een onderwerp naar keuze, op deze plek. Of ik kom langs voor een middagje klussen. Of juist niet, dan kan ook heel prettig zijn...
Ik houd jullie hier de komende tijd op de hoogte. Dank je wel?
zondag 26 juni 2016
Halve marathon Roosendaal 2016 – 1006 tips voor een PR
Man, man, man, wat heb ik hier naar uitgekeken. Mijn eerste wedstrijd na meer dan negen maanden verbouwen, verhuizen, verder verbouwen, een kwartaal loopstop en knarsend weer beginnen.
Hoe kom je terug in het ritme, als de tijd om goed te trainen zich niet in 168 uur per week laat inpassen met voldoende ruimte voor familie, werk en slaap? De ambitie blijft, want mijn sportieve aspiratie wordt bepaald door de vorige uitslag, minus 1 seconde. Die tijdlat ligt telkens lager, de limbo om er onderdoor te kunnen vereist een steeds soepeler lichaam en slimmere tactieken.
Op internet vind je 1001 tips om sneller te gaan. Dat is mooi, maar niet voldoende. Er is meer nodig om PR’s te blijven halen als je in een strak tijdschema zit. Mijn extra five cents voor de hard boiled hardloper:
Tip 1002: Ga elke week naar Luxemburg
Benut de realiteit voor je dromen. Als je dan toch wekelijks naar het groothertogdom toert, gebruik dan een los moment tussen werk en eten om het bergachtige boslandschap te bestormen. Een rondje van een paar kilometer is voldoende om piepend tot bezinning te komen. Heel goed voor de klimspieren.
Tip 1003: Don't stop
In een inspannende training zijn er momenten dat je dolgraag even wilt stoppen. Niet doen. Je bepaalt mentaal dat je door kan als je door wil. De enige troost en lafenis is de eindstreep. Halverwege afhaken slaat een kerf in je ziel en verlaagt de drempel om in een wedstrijd op te geven wanneer elke seconde telt. Je kunt bijkomen door een stukje te gaan dribbelen, maar wandelen kost teveel tijd.
Tip 1004: Focus op je ontspanning, niet op de inspanning
Als je hebt getraind, dan weet je lichaam prima hoe het optimaal kan performen. Alle energie die je verder besteedt aan je druk maken over je voorgangers, krampjes en kilometertijden kost je schaarse zuurstof en hartslagen. Laat het gaan. Adem in. Adem uit. Herhaal.
Tip 1005: Je doet het niet voor je lol
Een wedstrijd kan al die uren trainen verzilveren in een officieel gemeten PR. Als je nadenkt hoe je die voorbereidingstijd ook waardevol had kunnen besteden; de heg snoeien, hydride wolkformaties bestuderen, slapen, …. dan is dat best wel een dure investering. Die gooi je niet weg door een beetje te lummelen onderweg. Tandje erbij. Nog een tandje. Je bent er bijna.
Tip 1006: Moe? Versnel!
De vreemdste training voor lange afstanden die ik heb gedaan begint met een groot stuk normaal hardlopen tot de grens van het gewende. En dan: niet stoppen, maar kilometers lang verder, op hoger tempo. Vreemd genoeg kan dat dan. En het went je lichaam aan energie blijven leveren als je hoofd al dacht dat er niets meer kon komen.
En tjonge, jonge, jonge, wat was het afzien vandaag op de Halve. Door een hoosbui stond ik al te druipen voordat het startschot geklonken had. Het lopen ging goed dankzij een paar stabiele hazen, maar na 15 kilometer was het tempo er plotseling uit en moest ik Tip 1003 aanspreken. Het magische nummer 1006 deed het ook wonderwel en 1004 zit inmiddels al in mijn bekwame onbewustzijn.
Oh ja, of alle bovenstaande wijsheid echt geholpen heeft? Nee, natuurlijk niet, want dan had ik me waarschijnlijk ook moeten houden aan Tip 34 (Laat Dat Vet Staan, Train Je Droog), Tip 251 (Epo Is Uw Beste Kameraad) en Tip 7 (Train 4 tot 5 keer Per Week). Niet voor niets is een PR heel persoonlijk.
Hoe kom je terug in het ritme, als de tijd om goed te trainen zich niet in 168 uur per week laat inpassen met voldoende ruimte voor familie, werk en slaap? De ambitie blijft, want mijn sportieve aspiratie wordt bepaald door de vorige uitslag, minus 1 seconde. Die tijdlat ligt telkens lager, de limbo om er onderdoor te kunnen vereist een steeds soepeler lichaam en slimmere tactieken.
Op internet vind je 1001 tips om sneller te gaan. Dat is mooi, maar niet voldoende. Er is meer nodig om PR’s te blijven halen als je in een strak tijdschema zit. Mijn extra five cents voor de hard boiled hardloper:
Tip 1002: Ga elke week naar Luxemburg
Benut de realiteit voor je dromen. Als je dan toch wekelijks naar het groothertogdom toert, gebruik dan een los moment tussen werk en eten om het bergachtige boslandschap te bestormen. Een rondje van een paar kilometer is voldoende om piepend tot bezinning te komen. Heel goed voor de klimspieren.
Tip 1003: Don't stop
In een inspannende training zijn er momenten dat je dolgraag even wilt stoppen. Niet doen. Je bepaalt mentaal dat je door kan als je door wil. De enige troost en lafenis is de eindstreep. Halverwege afhaken slaat een kerf in je ziel en verlaagt de drempel om in een wedstrijd op te geven wanneer elke seconde telt. Je kunt bijkomen door een stukje te gaan dribbelen, maar wandelen kost teveel tijd.
Tip 1004: Focus op je ontspanning, niet op de inspanning
Als je hebt getraind, dan weet je lichaam prima hoe het optimaal kan performen. Alle energie die je verder besteedt aan je druk maken over je voorgangers, krampjes en kilometertijden kost je schaarse zuurstof en hartslagen. Laat het gaan. Adem in. Adem uit. Herhaal.
Tip 1005: Je doet het niet voor je lol
Een wedstrijd kan al die uren trainen verzilveren in een officieel gemeten PR. Als je nadenkt hoe je die voorbereidingstijd ook waardevol had kunnen besteden; de heg snoeien, hydride wolkformaties bestuderen, slapen, …. dan is dat best wel een dure investering. Die gooi je niet weg door een beetje te lummelen onderweg. Tandje erbij. Nog een tandje. Je bent er bijna.
Tip 1006: Moe? Versnel!
De vreemdste training voor lange afstanden die ik heb gedaan begint met een groot stuk normaal hardlopen tot de grens van het gewende. En dan: niet stoppen, maar kilometers lang verder, op hoger tempo. Vreemd genoeg kan dat dan. En het went je lichaam aan energie blijven leveren als je hoofd al dacht dat er niets meer kon komen.
En tjonge, jonge, jonge, wat was het afzien vandaag op de Halve. Door een hoosbui stond ik al te druipen voordat het startschot geklonken had. Het lopen ging goed dankzij een paar stabiele hazen, maar na 15 kilometer was het tempo er plotseling uit en moest ik Tip 1003 aanspreken. Het magische nummer 1006 deed het ook wonderwel en 1004 zit inmiddels al in mijn bekwame onbewustzijn.
Oh ja, of alle bovenstaande wijsheid echt geholpen heeft? Nee, natuurlijk niet, want dan had ik me waarschijnlijk ook moeten houden aan Tip 34 (Laat Dat Vet Staan, Train Je Droog), Tip 251 (Epo Is Uw Beste Kameraad) en Tip 7 (Train 4 tot 5 keer Per Week). Niet voor niets is een PR heel persoonlijk.
donderdag 7 april 2016
Vakantieroute
Als de lente komt, dan trekken we erop uit. De benedenvloer wordt aangelegd en we kunnen er anderhalve week niet lopen. Nu hebben we daarvoor nog een scenario op de plank liggen: iedereen in de auto en op naar het nabije vakantieparkje. Het versjouwen van kasten en witgoed om de begane grond te ontruimen begint bijna routine te worden. Het pakken van koffers en broodbeleg loopt al als een geoliede machine. Wat niet went is de inspanning om weer te investeren in een tijdelijke oplossing. Het voelt als een omweg op weg naar Af. Vermoeiend, maar onontkoombaar en voor een goed doel. Een van de mooie dingen van vakantie is toch dat je blij mag zijn weer thuis te komen.
Ook werkmatig gaat het op pad. Een project voor een Europees instituut brengt me drie dagen per week naar Luxemburg. Geen auto met chauffeur helaas, ik mag zelf rijden. Flinke afstanden, lange werkdagen. Zolang ik daar zit, kan ik thuis niets bijdragen maar de afstand is te groot om dagelijks te pendelen. De opdracht is mooi, er is zicht op de einddatum maar de route naar de finish is omslachtig.
Eigenlijk wil je als efficiënt mens rechtstreeks naar de eindstreep. In het echte leven loopt de curve van A naar B zelden als een rechte lijn door de 11 dimensies. Meestal mogen we blij zijn dat het er maar 11 zijn. Maar het hebben van de zaak is een ding, de reis erheen biedt onverwachte in- en uitzichten.
Op weg terug van hotelkamer naar vakantiehuisje hebben Boze Truckers (een beroepskeuze) de snelwegen in Wallonië afgezet. Kilometers vrachtauto staan plompverloren op wegen naar de toeritten. Geen uitwijk aangegeven. Dan het routesysteem maar opgedragen om een pad buiten de gebaande snelwegen te vinden.
Over steile en smalle wegen kronkel ik door Ardennen, langs wouden, stijlrijke bouwsels, rivieren en mannen in houthakkershemden. Ik vind onverwacht Waterloo, maar gelukkig niet het mijne, vol monumenten van vergane glorie. Uren gaan voorbij. Ik kom zeker maar langzaam dichterbij. Het hoeft niet altijd op z’n snelst. Het doel ligt niet alleen aan het einde.
Ook werkmatig gaat het op pad. Een project voor een Europees instituut brengt me drie dagen per week naar Luxemburg. Geen auto met chauffeur helaas, ik mag zelf rijden. Flinke afstanden, lange werkdagen. Zolang ik daar zit, kan ik thuis niets bijdragen maar de afstand is te groot om dagelijks te pendelen. De opdracht is mooi, er is zicht op de einddatum maar de route naar de finish is omslachtig.
Eigenlijk wil je als efficiënt mens rechtstreeks naar de eindstreep. In het echte leven loopt de curve van A naar B zelden als een rechte lijn door de 11 dimensies. Meestal mogen we blij zijn dat het er maar 11 zijn. Maar het hebben van de zaak is een ding, de reis erheen biedt onverwachte in- en uitzichten.
Op weg terug van hotelkamer naar vakantiehuisje hebben Boze Truckers (een beroepskeuze) de snelwegen in Wallonië afgezet. Kilometers vrachtauto staan plompverloren op wegen naar de toeritten. Geen uitwijk aangegeven. Dan het routesysteem maar opgedragen om een pad buiten de gebaande snelwegen te vinden.
Over steile en smalle wegen kronkel ik door Ardennen, langs wouden, stijlrijke bouwsels, rivieren en mannen in houthakkershemden. Ik vind onverwacht Waterloo, maar gelukkig niet het mijne, vol monumenten van vergane glorie. Uren gaan voorbij. Ik kom zeker maar langzaam dichterbij. Het hoeft niet altijd op z’n snelst. Het doel ligt niet alleen aan het einde.
zondag 28 februari 2016
Zover
Het is. Ik ben, kijk en ga. Voor het eerst in vier maanden weer buiten, op loopschoenen. Vanuit het nieuwe thuis waar de afgelopen tijd de dagen en nachten zo strak op elkaar aangedraaid waren dat er geen licht meer tussendoor schijnt. Op de basis van het familieleven lijken zich alleen maar kluslijsten te stapelen, inrichtingskeuzes, aanneemescalaties en budgetstriae. Nu is er eindelijk rust voor inspanning buiten.
Het is zacht voor de tijd van het jaar, zelfs voor de tijd van de eeuw. Wolken en wind. Het bos is nu vlakbij. Mijn voeten lopen, ik volg onwennig met wat extra kilo’s winterslaapvet. De kilometers zijn langer geworden, flink langer. Ik ben al ver heen voordat de eerste wordt afgeroepen.
Er is weer wat tijd voor reflectie. Mijn verkokerde blik, ooit gefocuste visie, op het afwerken van vinkjes krijgt weer zicht op de dingen om me heen. Dag riviertje. Dag weiland, met de krotte schuur. Dag gekke brievenbus met Xrant erop geschilderd. Ik ben er weer.
Eigenlijk gaat het niet slecht. Na acht kilometer kom ik het bos uit, vroeger een moment van zwakte wanneer ik me realiseerde dat ik nog drie kilometers moest, nu het signaal voor een eindspurt. Mijn tempo is een slow motion versie van mijn fitte ik, maar er is dus ruimte voor progressie. Ik ga vooruit.
Het is zacht voor de tijd van het jaar, zelfs voor de tijd van de eeuw. Wolken en wind. Het bos is nu vlakbij. Mijn voeten lopen, ik volg onwennig met wat extra kilo’s winterslaapvet. De kilometers zijn langer geworden, flink langer. Ik ben al ver heen voordat de eerste wordt afgeroepen.
Er is weer wat tijd voor reflectie. Mijn verkokerde blik, ooit gefocuste visie, op het afwerken van vinkjes krijgt weer zicht op de dingen om me heen. Dag riviertje. Dag weiland, met de krotte schuur. Dag gekke brievenbus met Xrant erop geschilderd. Ik ben er weer.
Eigenlijk gaat het niet slecht. Na acht kilometer kom ik het bos uit, vroeger een moment van zwakte wanneer ik me realiseerde dat ik nog drie kilometers moest, nu het signaal voor een eindspurt. Mijn tempo is een slow motion versie van mijn fitte ik, maar er is dus ruimte voor progressie. Ik ga vooruit.
Abonneren op:
Posts (Atom)










