maandag 28 september 2015

Swing

De mijlpaal van het eerste jaar nadert. Van baby naar meisje. Van volstrekt hulpeloos tot behoorlijk hulpeloos maar assertiever. De communicatie ontwikkelt zich stapje voor stapje; vaak zijn wij nog onvoldoende bij machte om haar welluidende geklets te vertalen in de haarscherpe intenties, maar we doen ons best en het gaat steeds beter. Ze wil ons binnenkort vast helpen door in ons beperkte dialect ook wat woordjes bij te dragen.

Tot die tijd dan maar wat alternatieve handreikingen harerzijds. Mond open, model Jong Vogeltje: Hierrr met die hap! Een flitsende pets tegen de aanzoevende lepel: Nu – even – niet! Vingerverven in de gekledderde puree op tafel: Creatief momentje. Gesloten lippen, open blik: Groen? Kdachutnie, spinazie zeker weer. Brul: Stelletje culinaire prutsers, doe mij maar een flesje dan.

Ondertussen weet ze nog een verborgen korstje brood uit haar stoel te peuteren dat ze met smaak tot zich neemt terwijl ze wacht op een volgende gang. Wie wat bewaart die heeft wat.

De voorliefde voor alles wat licht geeft en knopjes heeft groeit ook met de dag. Telefoons worden in onbewaakte ogenblikken aan de tand gevoeld, stekkers worden met beveiligingsplaatje en al uit het stopcontact gesnokt en de versterker blijft een geliefde sparringpartner. Ze zit ook graag op de laptop.


Ik kan me niet voorstellen dat dit genetisch ingebakken gedrag is, tenzij we er achter gaan komen dat we ergens in de prehistorie eenzelfde computertijdsgewricht hebben doorgemaakt als in deze eeuw. Nog even doorzoeken naar paleontologische bitjes dan. 

Ritme- en muziekgevoel is hele andere koek. In de opvoeding tot goede smaak behoort natuurlijk ook een dosis klassieke muziek en jarentachtignummers. Misschien lijkt het ongepast om het Musikalisches Opfer te vergelijken met een Peter Gabriel, maar ik weet zeker dat Bach ook zijn best deed om mooie stukken te componeren.

In twee filmpjes van afgelopen maand is mooi te zien hoe ze muziek beleeft. Op zoek naar een gepast volume om een beetje relaxt op te headbangen en opverend als ze de decibels van hun deci ontdaan heeft. Lowlands krijgt jonge aanwas.

zondag 6 september 2015

Tilburg Ten Miles 2015 – Nieuwjaar

Het is herfst; het jaar vangt aan! Weg met schroeiende zon, zacht asfalt en slobberende sloomheid - in het najaar ontwaakt mijn loopseizoen. Hier loop ik mijn echte wedstrijden, te beginnen met de 10 Miles van Tilburg begin september, een paar afstanden in de regio, de 7 heuvelen net buiten de provinciegrens en als afsluiter de halve van Egmond. Wat daarna komt is recreatief onderhoudend om het warme half jaar door te kabbelen.

Fijn, regelmaat en gewoontes. Daar komt dus weer niets van terecht in een wereld die door meer dan louter wil en hoop gevormd wordt. Door de realiteit dit voor het aanstormende seizoen voorspelt dat er weinig looptijd overblijft nu er huizen gekocht en verkocht zijn (dat maakt samen twee) en een verbouwing moet worden opgetuigd die qua grootteorde voelt als Huis ten Bosch en het Rijksmuseum samen, maar in luttele weken z'n beslag moet krijgen. Denken, plannen, zoeken, afstemmen, beslissen, uitbesteden, opvolgen, afnemen en dat voor duizend dingen. Die van elkaar afhankelijk zijn.


Lekker om dus even in Tilburg het hoofd leeg te laten waaien. Veel meer kan het niet zijn; na de PR's van afgelopen lente (ook het gevolg van een renschema dat door dingetjes als gezinsuitbreiding een beetje overhoop gelopen werd) is mijn trainingsfrequentie ingezakt tot een à twee keer per week. Da's niet goed voor de conditie.

Maar dit haal ik nog wel. Tien mijl. Wat is er overigens mis met "16 kilometer"? Vermoed ik hier Amerikanisering voor het globaliseren van de uitzendrechten, of een doorslaande marketingexpansie die met steeds meer afstanden probeert om de hele wereld van jong tot bureauklerk aan zich te binden? De laatste jaren ploppen nachtwedstrijden, hogehakkenhollen, family cq kids races, estafettemarathons en business runs als pop-up stores op tussen het gewone aanbod. Nog even en er zijn geen toeschouwers meer maar alleen deelnemers.

In dat kader adviseer ik nog wat bijzondere termen en afstanden voor het aantrekken van meer Oosteuropese lopers, zuidelijke aspiranten en de nerdy typjes met respectievelijk de 15 werst (16 km), 130 Brabantse el (9 km) en de kubieke pi (31 km).


Dit alles gaat door mij heen terwijl ik door het stedelijke landschap ga. Aanzet voor de laatste kilometers. Over de finish galoppeer, een minuut sneller dan m’n vorige PR. Ergens diep van binnen glimt dus nog een sprank conditie. Zolang de jaren lengen en de tijden korten houd ik de ten miles als seizoensopening. En anders schakel ik wel over naar de Decitera-ångström.


Voorgaande opgetekende lichtingen:
2011: http://hoofdophol.blogspot.nl/2011/09/nog-42-dagen-familiefeestje.html

donderdag 20 augustus 2015

Zomervakantie 2015 (het herfstdeel)

Het is voor het eerst in decennia dat ik me weer op campingterrein waag. De aanwezigheid van een vooropgezette tent, met bedden, koel-vriescombinatie en driepits gaskooktoestel, helpt me mijn initiële schroom te overwinnen. Warme douches zonder muntjes en toiletten met voldoende papier doen de rest. Wel erg primitief dat in het Reuteteut-concept geen eigen vaatwasser is inbegrepen. En geen airco. Het blijft survival.

Maar na zonneschijn komt regen. Voordat het vrijetijdsprogramma richting halma neigt, gaat onze planning al richting zuid. De komende dagen hebben we een bergroute uitgestippeld in Noord-Italië waarbij we vanuit een dalhotel omhoog gaan – iedereen met eigen bepakking –, in een schuilhut overnachten en daags erna via de afdaling een andere bergflank willen bedwingen. Dat vinden we een leuk testje om te zien of de kinderschare lol beleeft aan een bergzame omgeving. Anderen zien misschien de zoveelste situatie waar de kinderbescherming de aandacht voor IS-gezinnen die met een koffer vol kalasjnikovjes oostwaarts reizen nodig eens moet verleggen naar dit ontsporende gezelschap.

De omgeving is fabelachtig mooi. Onder oneindige luchten rijgt de gerafelde kim van het opgetilde riflandschap hoogliggende grasglooiingen aan dennenbossen. De tocht per auto naar de vallei versterkt het gevoel op weg te zijn naar Shangri-la. De kortste route beslaat vele kilometers veldweg en bospad, over stenige hellingen en langs wilde stromen. Hier komen alleen 4x4’s, rupsvoertuigen en een Nederlands gezinsautootje. Natuurlijk loopt er ook wel een keurige, wat langere, asfaltweg tot aan het hotel, dat weten wij nu ook.

Het familiaire bergwandelen verloopt perfect. Een licht gemopper over de vederlichte rugzakjes met ultralichte slaapzakjes van de mondige klimmertjes verstomt bij het zien van zoveel mooie stenen die allemaal beslist mee naar huis moeten. In hun eigen rugzak vanzelfsprekend.

De term schuilhut, of rifugio, deed me vermoeden dat we zouden slapen in een tegen de klif aangeplakte constructie van met mos gebreeuwd zwerfhout. Hier slepen tegen het vallen van de avond uitgeputte klimmers zich naar binnen, ijs in hun baard en een mes tussen de tanden waarmee ze zich de lynxen van het lijf hebben moeten houden. Maar dat valt ook best mee. Eigen kamer. Stromend water. Warme douche. Eten à la carte. En een grenzeloos vertrouwen: maakt u thuis de rekening maar over, komt wel goed.

De buitjes verdampen op ons zonnige humeur. We willen terug. Naar hier.


Zomervakantie 2015 (het hete deel)

Begin augustus: onhollands hoge temperaturen. Het is afzien deze weken, merk ik in de meters tussen kantoor- en autoairco. Het vooruitzicht van zomervakantie lonkt uit de luwte. We pakken, we gaan. Bergwaarts.

Twee dagen tussenstop in het Zwarte Woud om te acclimatiseren. Maar boven de heuvels met eindeloze naaldbomen houdt de zomer ook hier ongekend huis.


Ons hoofddoel, de camping in de bergen rond Innsbruck, ligt op 800 meter hoogte. Dat scheelt. Net een paar graden, buiten. De isolatiewaarde van tentdoek is vrij beperkt; binnen wordt het saunaesk.


We zoeken het hogerop met een bergwandeling langs de boomgrens. Acht kilometer steenpaadjes met ademstokkende vergezichten, sommige pal omlaag. Met een kraaiende baby in het draagframe die er de humor wel van in ziet om op onverwachte momenten het zwaartepunt van haar drager aan het wankelen te brengen. Het telgangersritme wiegt haar daarna gelukkig in een zoete slaap.


Voor de laatste bus terug naar de camping moeten we aan het einde met een skiliftje omlaag. Geen cabine, zoals aan de start van de wandeling, maar eenpersoonsstoeltjes met een antiuitvalbeveiligingssysteem van het type gesoldeerde soepvork. De kleine tegen me aan klemmend, bereiken we na een kwartier zowaar heelhuids het dalstation. Zij grijnzend.

Behalve dat we dagelijks zwemmen en spelen, lopen we nog andere mooie stukken door het Alpine landschap. Mijn kuiten zwellen tot Olympische proporties. De rest loopt naturel gemakkelijk mee. Er worden veldboeketjes geplukt, bergstroompjes bepoedeld, picknicks uitgeserveerd en liedjes aangeheven dat de familie Von Trapp zich direct thuis zou voelen.


Dan draait het warmtefront en komen de onweders eindelijk tot ontploffing.Tijd om verder af te zakken naar de Dolomieten. Het regenseizoen is begonnen.

vrijdag 31 juli 2015

Och

Ondanks de gelaagde gordijnen van de slaap wordt het geluid onnegeerbaar. Er is iets. Een aanzwellend alarm. Niet de wekker. Het is donker, nog steeds als ik m’n ogen open. Uit de kamer ernaast klinkt sirenegezang. Onmiddellijk ingrijpen is vereist. Als een commando rol ik uit bed en land op handen en voeten. Had er een calamiteitenpak met helm en bijl gehangen dan had ik me daar binnen seconden mee uitgerust. Nu volsta ik met de lichte dracht waarmee ik het bed ben ingetuimeld. Ik ga naar binnen.

In de duisternis ontwaar ik een kluwen van baby en laken dwars aan het hoofdeind in het ledikant. Uit het epicentrum stijgt gehuil op. Op de tast ontwar ik de verstrengeling en lijn deken en armpjes weer netjes uit. Dat is nog niet voldoende, het geluid houdt aan. De speen ontbreekt nog, onmisbaar sluitstuk van het sluimerproces. Niet te vinden. Niet op, niet onder het bedje. Pas als ik het ledikant van de muur af trek, valt de jackpot en tuimelt een handvol klemme speentjes naar beneden. Ik schuif als een automonteur onder de spijlen. De lichtgevende variant biedt zich aan. Beet. Rust. Gelukt.



Een van de meest gestelde vragen tegenwoordig bij ontmoetingen met nabije kennissen en vage buren is: slaapt ze al door? Een mooie neutrale vraag, want daar kan je de hele leeftijdsfase in het eerste jaar mee omvatten en en passant ook alle aankomende periodes van kinderziektes, studentenjaren en wakende nadagen. Het antwoord is: Jazeker, tenzij het erg warm is, of als ze slecht gegeten heeft, een groeisprong doormaakt, of eng droomt. En dan zijn er nog andere, minder duidbare, oorzaken.


Negen maanden en een week. Net zolang in moeders buik als op moeder aarde. Wat een mensje. Vrolijk grijnzend, smaakvol etend, zoetjes slapend, wankel zittend en energiek sluiptijgerend. Een kleine nachtelijke verstoring kan niet opwegen tegen al deze positieve momenten. Twee ook niet.

De babytaal wordt langzamerhand concreter. Geen wonder dat het lang duurt. Het is een lastig dialect, met oeverloze verbuigingen. Waah, wraah, wraeh, waraha, iaiaiaia, waawawaawawa, waahaa, hmpf, hmpfff, aaoch, ah, waiwaidawa. Dit zijn nog de regelmatige naamvallen. Met haar onbeperkte vocabulaire becommentarieert ze de omgeving en gebeurtenissen. Ogod, ogot, okot, agagag, ogogog, caqcaqcaq. Haar stopwoordje van de dag weerspiegelt een flegmatieke levensvisie: Och. Is het eten lekker, handgemaakte pasta met tomatensaus? Och... Je hebt je speeltje weer laten vallen. Och... Wow, heb je die luier gezien? Och... Zo, de fles is leeg. Woehaaa!!!